Insuline het vetopslaghormoon

Diabetes krijgt er elke week 1200 nieuwe deelnemers bij. Sommige ervan eten en bewegen nog helemaal niet zo slecht. Vaak wordt gedacht dat je er nooit meer afkomt als je het eenmaal hebt. Gelukkig komen er steeds meer bewijzen dat dit niet zo is. Maar hoe zit dat dan met insuline en bloedsuiker.

Insuline is zo’n hormoon dat zich graag huisvest op de buik en rond de middel. Jij vindt dat echter helemaal geen leuke plek. Insuline wordt ook wel het vetopslaghormoon genoemd.

Er zijn 2 manieren waardoor ons bloedsuiker omhoog gaat. Door het eten van (toegevoegde) suiker en koolhydraat houdende producten zoals: brood, pasta, rijst, en aardappelen. Ook chronische stress doet ons bloedsuiker stijgen door de aanmaak van cortisol. Elke keer als we iets suikerrijks en hiermee bedoel ik: alle vormen van suiker, honing, koek, snoep, gezoete yoghurt en gedroogd fruit, of iets dat rijk is aan koolhydraten eten of drinken stijgt onze bloedsuikerspiegel. Om dit niet te hoog te laten stijgen maakt de alvleesklier insuline aan om de bloedsuiker uit de bloedbaan te halen en ze in de cellen te brengen daar waar ze nodig zijn. Op die manier zakt de bloedsuikerspiegel weer. Is er een overschot aan suikers dan slaat je lichaam dit op in de voorraadkamer voor barre tijden: je vetcellen. Tot zover niets aan de hand.

Echter wanneer de voorraadkamer vol zit en de hoeveelheid insuline hoog blijft dan zorgt insuline ervoor dat er nieuwe vetcellen aangemaakt worden. Op deze manier worden we alleen maar dikker. Doordat er te vaak en teveel insuline in je bloed aanwezig is verliezen je cellen het vermogen om te reageren op deze insuline waardoor het nog meer insuline gaat aanmaken om de boel in balans te houden. Je kunt insulinereceptoren vergelijken met een slot op je deur. Als het deurslot veelvuldig wordt gebruikt raakt het deurslot als het ware uitgesleten door het vele omdraaien van de sleutel. Hierdoor moet de alvleesklier steeds harder werken om insuline aan te maken. Dit is het eerste stadium van diabetes ook wel insulineresistentie genoemd. Ons lichaam is gebouwd op schaarste en kan grote hoeveelheden koolhydraten niet verwerken. Door onze huidige voedingsstijl van 2 broodmaaltijden en een diner rijk aan aardappelen, pasta of rijst en onze nodige tussendoortjes is ons lichaam de hele dag druk om alle suikers te verbranden. Helaas hebben zoetjes en zoetstoffen hetzelfde effect op onze suikerspiegel.

De enige oplossing is dus je bloedsuikerspiegel weer in balans te brengen en er voor te zorgen dat er geen pieken en dalen ontstaan. Door te kiezen voor langzame koolhydraten (veel groente, fruit en volkoren producten), en suikervrije dranken en het skippen van suikerrijke tussendoortjes kun je je cellen insulinegevoeliger maken. Hierdoor zal je lichaam weer over kunnen schakelen op een vetverbranding. Uiteraard mag het voor zich spreken dat voldoende beweging hierbij niet mag ontbreken.